We begonnen bij de jongeren zelf. We vroegen 2.632 algemene jongeren, onder wie 94 dansende en niet-dansende jongeren naar hun mening. Met straatinterviews in Amsterdam en Enschede en een reeks reviewsessies kregen we scherp zicht op hoe jongeren kijken naar dans, dansscholen en de drempels die ze voelen. In Nijmegen spraken we jongeren één-op-één om verder de diepte in te gaan.
Door al die gesprekken ontstond een duidelijk beeld: de grootste winst ligt bij de twijfelaars. Jongeren die dans leuk vinden maar bang zijn om beoordeeld te worden, geen ritmegevoel denken te hebben of twijfelen of ze wel meekomen. In al het materiaal dat we verzamelden zagen we dezelfde patronen terug. Positieve associaties als energie kwijt kunnen, alles loslaten en vrienden maken trekken hen aan. Negatieve associaties als optreeddwang, theatraal overkomen en vergelijking met anderen houden hen tegen. Ook communicatie van dansscholen bleek vaak onduidelijk: te veel informatie, geen duidelijke call to action, weinig realistische beelden of specifieke uitleg.
Met al deze inzichten bouwden we een strategisch advies dat focust op instroommomenten met lage drempels én op behoud op momenten dat jongeren dreigen af te haken. Heldere taal, echte jongeren in beeld en stap-voor-stap communicatie vormen de basis.