Sterke profilering helpt studiekiezers kiezen
Waarom zou een studiekiezer voor jouw onderwijsinstelling kiezen? Lees hoe een sterke profilering zorgt voor herkenning, vertrouwen en een duidelijk onderscheid in een concurrerend onderwijslandschap.
In een concurrerend onderwijslandschap is zichtbaar zijn niet genoeg. Onderwijsinstellingen moeten duidelijk maken waar ze voor staan, wat hen onderscheidt en waarom ze passen bij de studiekiezer.
Begin bij wat jongeren nodig hebben
Studiekiezers weten vaak nog niet precies wat ze later willen worden. Ze zoeken richting, herkenning en vertrouwen. Sterke profilering sluit daarop aan: niet alleen vertellen wat je aanbiedt, maar laten zien wat jouw instelling voor jongeren kan betekenen.
Maak je onderscheid herkenbaar
Een sterk profiel draait om duidelijke keuzes. Welke woorden, beelden en thema’s blijven hangen? Wat maakt de instelling anders dan andere onderwijsinstellingen? En welke belofte kun je echt waarmaken?
Als dat scherp is, wordt communicatie herkenbaarder en geloofwaardiger.
Laat het overal terugkomen
Profilering werkt pas als die consequent zichtbaar is: op de website, in campagnes, tijdens open dagen, op social media en in gesprekken met medewerkers. Overal moet hetzelfde verhaal voelbaar zijn.
Geef jongeren houvast
Goede profilering helpt jongeren niet alleen om een instelling te onthouden, maar ook om een keuze te maken. Door duidelijk te laten zien wie je bent en hoe je jongeren begeleidt, bouw je vertrouwen op en verklein je twijfel.
Twijfelende studiekiezers hebben houvast nodig
Studiekeuze voelt voor veel jongeren als een wirwar aan opties en informatie. Lees hoe duidelijke communicatie twijfelende studiekiezers stap voor stap richting keuze en actie helpt.
Een opleiding kiezen is voor veel jongeren geen makkelijke beslissing. Sommige studiekiezers weten precies wat ze willen, maar een grote groep twijfelt. Welke richting past bij mij? Wat kan ik verwachten? En wanneer moet ik welke stap zetten?
Juist die twijfelende studiekiezer heeft behoefte aan duidelijke begeleiding. Niet aan nóg meer losse informatie, maar aan overzicht, richting en houvast.
Stap voor stap door het keuzeproces
Goede jongerencommunicatie sluit aan op de manier waarop jongeren keuzes maken. Dat betekent: niet alles tegelijk vertellen, maar hen stap voor stap meenemen. Van eerste oriëntatie tot open dag, van vergelijking tot aanmelding.
Een helder stappenplan helpt daarbij. Het maakt duidelijk waar een studiekiezer staat, wat de volgende stap is en wat er nodig is om verder te komen. Zo wordt het keuzeproces minder groot en beter te overzien.
Communicatie die past bij jongeren
Middelen werken beter als ze inhoudelijk én visueel aansluiten bij de leefwereld van jongeren. Dat vraagt om heldere taal, herkenbare beelden en een logische opbouw. Geen overload aan informatie, maar korte, duidelijke boodschappen die antwoord geven op de vragen die jongeren op dat moment hebben.
Ook bestaande communicatiemiddelen verdienen daarom regelmatig een kritische blik. Wat werkt al goed? Wat mist nog? Waar haakt de doelgroep af? En hoe kan de boodschap scherper, aantrekkelijker of duidelijker?
Van twijfel naar actie
Een sterke klantenreis helpt studiekiezers om niet te blijven hangen in twijfel. Door communicatie logisch op te bouwen en jongeren stap voor stap te begeleiden, ontstaat meer vertrouwen in het keuzeproces.
Zo wordt studiekeuzecommunicatie meer dan werving alleen. Het wordt begeleiding: precies op het moment dat jongeren die het hardst nodig hebben.
Jongeren begeleiden van instroom tot uitstroom
Van de eerste studiekeuze tot de stap naar werk of vervolgopleiding: jongeren hebben onderweg behoefte aan duidelijkheid. Lees hoe communicatie houvast biedt tijdens elke fase van hun onderwijsroute.
Voor jongeren is een studiekeuze of schoolloopbaan niet altijd vanzelfsprekend. Ze weten vaak nog niet precies wat ze later willen worden, welke opleiding bij hen past of welke stappen ze moeten zetten. Daarom is duidelijke communicatie belangrijk: vóór, tijdens én na de opleiding.
Instroom: geef overzicht
In de instroomfase hebben jongeren behoefte aan helderheid. Geen overload aan informatie, maar stap voor stap uitleg: welke keuzes moet ik maken, wat houdt een opleiding in en wat kan ik verwachten?
Onderwijsinstellingen moeten daarbij niet alleen hun aanbod laten zien, maar vooral aansluiten op de vragen van jongeren.
Doorstroom: blijf begeleiden
Als jongeren eenmaal gestart zijn, blijft communicatie belangrijk. Studenten willen weten hoe hun traject eruitziet, welke stappen eraan komen en waar ze terechtkunnen als ze vastlopen.
Door dezelfde taal te blijven spreken als in de instroomfase, ontstaat vertrouwen en blijven jongeren beter aangehaakt.
Uitstroom: maak de volgende stap duidelijk
Aan het einde van de opleiding vragen jongeren zich af: wat nu? Ga ik werken, doorstuderen of iets anders doen?
Onderwijsinstellingen kunnen helpen door opties zichtbaar te maken en jongeren tijdig mee te nemen in hun volgende stap.
Eén duidelijke route
Goede communicatie is meer dan een brochure of campagne. Het is een manier om jongeren stap voor stap houvast te geven. Door instroom, doorstroom en uitstroom met elkaar te verbinden, ontstaat een duidelijke route die past bij hun leefwereld.
Criminaliteitspreventie die jongeren écht bereikt
Criminelen weten jongeren steeds beter te vinden. Lees hoe je jongeren weerbaarder maakt, signalen helpt herkennen en voorkomt dat zij verstrikt raken in criminaliteit.
Jongeren worden steeds vaker benaderd door criminelen. De belofte klinkt aantrekkelijk: snel geld verdienen, weinig moeite, geen gedoe. Maar in werkelijkheid lopen jongeren grote risico’s. Ze kunnen worden ingezet als geldezel, koerier of tussenpersoon en raken zo verstrikt in criminaliteit.
Sluit aan op hun leefwereld
Een effectieve aanpak begint bij situaties die jongeren herkennen. Via welke kanalen worden ze benaderd? Welke woorden gebruiken ronselaars? En waarom lijkt het aanbod aantrekkelijk?
Door risico’s concreet te maken, leren jongeren sneller herkennen wanneer iets niet klopt.
Geef een duidelijke boodschap
Jongeren hebben behoefte aan een korte, heldere boodschap die blijft hangen. Geen ingewikkelde juridische uitleg, maar een concrete regel die helpt om op het juiste moment nee te zeggen.
Positieve communicatie werkt daarbij beter dan alleen waarschuwen. Het gaat om jongeren versterken: jij hebt controle, jij mag grenzen stellen.
Bied handelingsperspectief
Bewustwording is niet genoeg. Jongeren moeten weten wat ze kunnen doen als ze worden benaderd. Hoe zeg je nee? Met wie kun je praten? Waar kun je hulp zoeken?
Een goede aanpak geeft praktische stappen, zodat jongeren niet alleen de risico’s kennen, maar ook weten hoe ze moeten handelen.
Bereik jongeren op de juiste plekken
Preventie moet zichtbaar zijn waar jongeren zelf zijn: op social media, op school, in de wijk en via jongerenwerk. Online bereik trekt aandacht, offline gesprekken zorgen voor verdieping.
Maak het toegankelijk
Communicatie moet kort, visueel en begrijpelijk zijn. Zeker kwetsbare jongeren, zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking, hebben baat bij eenvoudige taal en duidelijke voorbeelden.
Van waarschuwing naar weerbaarheid
Jongeren beschermen tegen criminaliteit vraagt om meer dan informeren. Door hen situaties te leren herkennen, duidelijke keuzes te bieden en steun te organiseren vanuit hun omgeving, worden ze weerbaarder. Zo durven ze op het juiste moment nee te zeggen.
Van school naar duurzaam werk begint bij jongeren zelf
Niet iedere jongere vindt vanzelf zijn weg naar opleiding of werk. Lees waarom vertrouwen, maatwerk en écht luisteren essentieel zijn voor een succesvolle overgang naar duurzaam werk.
De stap van school naar werk is voor veel jongeren geen rechte lijn. Sommigen vinden makkelijk hun weg naar een opleiding, baan of vervolgtraject. Anderen lopen vast door mentale druk, schulden, zorgtaken, een onstabiele thuissituatie of een gebrek aan vertrouwen in hulpverlening.
Met de aanpak rond van school naar duurzaam werk groeit de aandacht voor jongeren tot 27 jaar. Dat is belangrijk, want juist in deze fase maken jongeren keuzes over opleiding, werk, inkomen, zelfstandigheid en hun toekomst. Maar jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, zijn niet altijd vanzelf in beeld.
Kwetsbare jongere buiten beeld
Veel jongeren met een ondersteuningsvraag kloppen niet zelf aan. Soms weten ze niet waar ze terechtkunnen. Soms schamen ze zich, herkennen ze hun situatie niet als hulpvraag of hebben ze weinig vertrouwen in instanties.
Daardoor blijven vooral jongeren zonder duidelijke hulpvraag makkelijk buiten beeld. Ze hebben geen startkwalificatie, wisselen tussen tijdelijke banen of trekken zich terug, terwijl er onder de oppervlakte veel speelt.
Eén doelgroep bestaat niet
Jongeren zonder startkwalificatie of met afstand tot werk vormen geen homogene groep. De één loopt vast door persoonlijke omstandigheden, de ander door schulden, zorgtaken of mentale druk. Weer anderen kiezen voor snel geld, een alternatief pad of hebben het vertrouwen in school en hulpverlening verloren.
Daarom werkt één standaardaanpak niet. Begeleiding moet aansluiten bij wat jongeren drijft, waar ze op afhaken en wat ze nodig hebben om weer stappen te zetten.
Vertrouwen maakt het verschil
De relatie met een begeleider, coach of hulpverlener is vaak bepalend. Jongeren hebben behoefte aan iemand die luistert, naast hen staat en niet meteen oordeelt.
Voor jongeren met meerdere problemen is één vast aanspreekpunt extra belangrijk. Als ondersteuning versnipperd is, moeten ze steeds opnieuw hun verhaal vertellen. Dat kost energie en vergroot de kans dat ze afhaken.
Niet over, maar mét jongeren praten
Duurzaam werk ontstaat niet door jongeren simpelweg richting een baan te sturen. Het vraagt om begeleiding die past bij hun leven, tempo en keuzes. Jongeren willen serieus genomen worden en invloed hebben op wat er met hen gebeurt.
Daarom is het belangrijk om niet alleen over jongeren te praten, maar mét jongeren. Hun ervaringen laten zien welke communicatie werkt, waar hulp vastloopt en hoe begeleiding beter kan aansluiten.
Participatie die aansluit bij kwetsbare jongeren
Participatie werkt pas echt als jongeren zich gehoord voelen. Lees hoe je kwetsbare jongeren bereikt, betrekt en laat ervaren dat hun mening daadwerkelijk verschil maakt.
Begin bij hun leefwereld
Jongerenparticipatie werkt pas als je vertrekt vanuit de wereld van jongeren zelf. Niet vanuit beleid of systemen, maar vanuit wat hen bezighoudt: school, sport, wonen, veiligheid, mentale gezondheid en vrije tijd.
Zeker kwetsbare jongeren bereik je niet vanzelf met een uitnodiging voor een bijeenkomst. Je moet naar hen toe: op school, op straat, bij sportplekken of in de buurt. Daar ontstaan de eerlijkste gesprekken.
Maak het concreet en laagdrempelig
Veel jongeren weten niet precies wat participatie betekent. Het woord voelt abstract en ver weg. Maar als je vraagt naar hun mening over iets dichtbij, hebben ze vaak wél iets te zeggen.
Begin daarom klein. Denk aan een korte poll, een vraag op school, een gesprek op de sportclub of een laagdrempelige sessie in de wijk. Hoe duidelijker de vraag, hoe makkelijker het wordt om mee te doen.
De meeste jongeren twijfelen
Een kleine groep jongeren doet graag mee. Een andere groep heeft weinig interesse. Maar de grootste groep zit ertussenin: ze willen misschien wel meedenken, als het duidelijk, makkelijk en zinvol voelt.
Juist voor kwetsbare jongeren is vertrouwen belangrijk. Als zij eerder het gevoel hadden dat er toch niets met hun mening gebeurt, haken ze sneller af.
Communiceer in gewone taal
Jongeren haken af op te veel tekst, ambtelijke taal en communicatie die niet voor hen gemaakt voelt. Goede jongerencommunicatie is kort, herkenbaar en direct.
Gebruik concrete vragen, echte voorbeelden en kanalen die jongeren al gebruiken. Denk aan school, social media, jongerenwerk, sportclubs en vertrouwde gezichten in de buurt.
Laat zien wat je ermee doet
Participatie stopt niet bij input ophalen. Jongeren willen weten wat er met hun mening gebeurt. Koppel dus terug: wat is meegenomen, wat verandert er en waarom kan iets misschien niet?
Juist zichtbare opvolging bouwt vertrouwen op. Zo voelen jongeren dat hun stem ertoe doet.
Kom op het pad van jongeren
Effectieve participatie betekent niet dat jongeren zich moeten aanpassen aan het systeem. Het systeem moet dichter bij jongeren komen.
Door klein te beginnen, concreet te vragen, goed te luisteren en eerlijk terug te koppelen, wordt participatie geen verplicht nummer. Het wordt een manier om jongeren écht invloed te geven op hun eigen leefwereld.
Hoe krijg je jongeren wél in beweging?
Jongeren in beweging krijgen vraagt om meer dan een goed aanbod. Ontdek welke drempels meespelen en hoe je daar slim op inspeelt.
De stap naar meedoen voelt soms groot
Iedere jongere zou de kans moeten krijgen om mee te doen aan sport, spel of andere vrijetijdsactiviteiten. Toch blijft een deel aan de kant staan. Niet omdat ze per se niet willen, maar omdat de stap soms te groot voelt.
Begin bij hun leefwereld
Wie jongeren in beweging wil krijgen, moet beginnen bij hun wereld. Wat houdt hen tegen? Wat vinden ze leuk? Waar voelen ze zich onzeker over? En wanneer voelt meedoen wél aantrekkelijk?
De drempels verschillen per jongere. Soms gaat het om praktische zaken, zoals kosten, afstand of tijd. Soms spelen sociale factoren mee: niemand kennen, bang zijn om niet goed genoeg te zijn of het gevoel hebben dat een activiteit niet bij je past.
Maak het laagdrempelig
Sport of spel kan voor jongeren al snel voelen als prestatie, verplichting of vaste regels. Daarom is laagdrempeligheid cruciaal. Jongeren moeten iets kunnen proberen zonder druk.
Denk aan vrijblijvende kennismakingen, flexibele activiteiten zonder direct lidmaatschap of het meenemen van een vriend of vriendin. Als de eerste stap klein en sociaal veilig voelt, wordt meedoen makkelijker.
Communiceer positief en herkenbaar
Ook communicatie maakt verschil. Een boodschap als “meer bewegen is gezond” is vaak niet genoeg. Jongeren worden eerder geraakt door plezier, vrijheid, vrienden en jezelf kunnen zijn.
De toon moet uitnodigend zijn, niet belerend. En de afzender moet vertrouwd voelen: via school, jongerenwerk, trainers, buurtorganisaties of vrienden.
Van proberen naar blijven meedoen
Jongeren in beweging krijgen vraagt om meer dan aanbod alleen. Het begint met luisteren, drempels begrijpen en activiteiten zo vormgeven dat ze passen bij hun wereld.
Als bewegen voelt als iets leuks, vrijblijvends en sociaals, wordt de kans groter dat jongeren niet alleen meedoen, maar ook blijven komen.
Hoe sporten en bewegen verschillende generaties?
Hoe kijken verschillende generaties naar sport en beweging? En belangrijker nog: wat motiveert hen écht om in beweging te komen? Coen ging de straat op en wij zetten de inzichten voor je op een rij.
Hoe kijken verschillende generaties naar sport en beweging? En belangrijker nog: wat motiveert hen écht om in beweging te komen? Coen ging de straat op en wij zetten de inzichten voor je op een rij.
Babyboomers
Sporten vooral in sociale verbanden, zoals ouderengym of fitnessgroepen. Ze hechten veel waarde aan begeleiding van een fysio of trainer die oog heeft voor veiligheid en gezondheid.
Boomers
Kiezen sporten die bijdragen aan hun fysieke gezondheid, zoals fitness of individueel bewegen. Competitie speelt voor hen nauwelijks een rol; sporten doen ze vooral voor zichzelf.
Millennials
Zijn fanatieke sporters en zoeken graag persoonlijke uitdagingen. Denk aan marathons, obstacle runs, Hyrox of andere prestatiegerichte doelen.
Generatie Z
Geeft de voorkeur aan team- en groepslessen voor motivatie en ritme. Flexibiliteit is voor hen essentieel, passend bij een vaak dynamische en onvoorspelbare levensstijl.
Generatie Alpha
Hun sportkeuze wordt sterk beïnvloed door hun omgeving. Sporten voelt voor hen daardoor als een vanzelfsprekende en logische stap.
Uiteindelijk laat elke generatie zien: in beweging komen begint bij iets wat past bij jouw leven, jouw motivatie en jouw omgeving. Bureau Coen helpt organisaties en iedereen die met sport bezig is om de specifieke behoeften van elke generatie in kaart te brengen.
Sportbehoeften jongeren 13 tot 18 jaar
Ontdek wat jongeren tussen 13 en 18 jaar beweegt om te sporten en wat hen juist tegenhoudt. Praktische inzichten voor iedereen die jongeren actief wil houden.
Jongeren tussen 13 en 18 jaar bevinden zich in een fase van hun leven waarin sport veel meer is dan bewegen. Het gaat om erbij horen, jezelf bewijzen, ontspanning en energie kwijtraken. Maar juist in deze leeftijdscategorie zien we ook dat veel jongeren afhaken. De drempel wordt te hoog, de motivatie verdwijnt of de sport sluit niet meer aan bij wie ze zijn.
Bureau Coen onderzocht wat jongeren in deze leeftijdscategorie écht nodig hebben om actief te blijven. Niet op basis van aannames, maar door met ze in gesprek te gaan. De uitkomsten zijn verrassend en praktisch toepasbaar voor iedereen die met jongeren en sport bezig is.
Wat drijft jongeren?
Kennismaking
Jongeren willen nieuwe sporten graag stapsgewijs ontdekken. Laagdrempelige vormen zoals proeftrainingen en vriendjesdagen werken goed. In de praktijk volgt daarna vaak direct een volledig lidmaatschap, wat voor sommigen een te grote stap is. Flexibele instapvormen kunnen helpen om deze overgang toegankelijker te maken.
Flexibiliteit
Maar liefst 60% van de jongeren binnen het onderzoek wil flexibeler kunnen sporten. Vaste trainingsmomenten en strakke competitie-indelingen sluiten steeds minder aan bij hun dagelijkse realiteit van school, bijbanen en sociale verplichtingen.
Sociale binding
Rond het 15e levensjaar haken veel jongeren af. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat investeren in sociale verbinding loont. Activiteiten zoals teamuitjes, samen iets drinken na de training en een betrokken trainer verminderen de twijfel om te stoppen aanzienlijk.
Ontwikkeling
Jongeren willen zich blijven ontwikkelen, sportief, sociaal én persoonlijk. Zij geven aan graag eigen doelen te willen stellen en hierop te reflecteren. Niet alleen winnen telt, maar ook het leren van nieuwe skills, persoonlijke groei en een veilige omgeving waarin je jezelf kunt zijn.
Drempels die jongeren tegenhouden
De keuze voor een sport is voor jongeren geen vanzelfsprekendheid. Zij wegen verschillende drempels tegen elkaar af, waaronder:
• Kosten
• Vrijblijvendheid
• Flexibiliteit
• Locatie en reistijd
• Groepssamenstelling
• Bekendheid van de sport
• Tijdsinvestering
• De mate van uitdaging
Veel van deze drempels zijn op te lossen als je ze kent. Dat begint bij luisteren in plaats van aannemen.
Bureau Coen helpt organisaties om die drempels in kaart te brengen en concreet te verlagen. Niet met standaardoplossingen, maar met een aanpak die past bij de specifieke doelgroep en context.






